Zusters Franciscanessen Penitenten Recollectinen van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria te Roosendaal
     
   

Mijmeringen over missionaris worden, en zijn

 

Wat bewoog mij en vele anderen om naar de Missie te gaan zoals dat in vroeger jaren werd genoemd.
Al jong las je over landen waar nood was aan ontwikkeling.
Als missionaris wilde je deze ontwikkeling meehelpen opbouwen door letterlijk de handen uit de mouwen te steken. Het was een hele uitdaging maar toch had dit een grote aantrekkingskracht. Als missiezuster ging je er volledig voor.

Je had geen idee wat je in de missiegebieden zou aantreffen.  Daar aangekomen was het dan ook een hele cultuurschok. Je moest proberen de mensen met hun gewoonten te begrijpen, de taal te verwerven en het klimaat te leren aanvaarden.

Er kwam heel wat op ons bord: onderwijs, zieken- en ouderenzorg en ook bezinningswerk. Je had weinig of geen materiaal, maar we waren creatief en gingen aan de slag. En ja hoor…… stilletjes aan zag je wel beweging in wat je wilde bereiken. Het was pionieren en boeiend. Het mooiste van ons missiewerk was ook wel, dat je van het volk veel kon leren. Daardoor ontstond een zekere liefdesverhouding tussen het volk, het land en jezelf.

Na verloop van jaren mochten en konden we het stokje overdragen. Zowel het onderwijs als de zieken- en ouderenzorg gingen op een eigen manier verder.

Ons missie-ideaal wordt voortgezet door verschillende organisaties, ontwikkelingswerkers, die ook hun handen uit de mouwen steken want ondanks de fundamenten die er liggen, blijft het op allerlei plekken in de wereld nodig hulp te bieden in de vorm van kennis en materialen.

Bij terugkeer naar het moederland ondervonden we opnieuw een cultuurschok. De grote overvloed aan alles wat geboden werd op alle mogelijke gebieden deed ons huiveren.

Maar ook daarmee probeerden we om te gaan, terugdenkend aan onze creatieve pionierstijd..