Zusters Franciscanessen Penitenten Recollectinen van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria te Roosendaal
     


 

 

Ons gemeenschapsleven

 

“De zusters zullen samen leven
zoals de eerste christenen,
in onderlinge liefde en gedreven
door dezelfde Geest.

De liefde voor God
en die voor onze medezusters
is een en dezelfde liefde.
Naarmate wij deze liefde beoefenen
zal zij in ons groeien en toenemen.

Constituties 3


Van oudsher is het leven in gemeenschap met gelijkgezinden het fundament waarop het religieuze leven beleefd wordt. De kern van religieus gemeenschapsleven is onveranderbaar: als zusters door geloften toegewijd leven voor God en vanuit die toewijding dienstbaar zijn aan elkaar, de naasten en aan de samenleving.

De uiterlijke vormgeving van het gemeenschapsleven verandert mee met het tijdperk waarin we leven. Was er in vroeger tijden sprake van meer uniformiteit, sinds het vernieuwings-kapittel van 1970 wordt de aandacht meer gericht op de pluriformiteit. Deze pluriformiteit betekent een grote overgang voor zusters die gewend zijn in een strak en gestructureerd patroon te leven. De overste en haar raadzusters vormen de spil van de communiteit. Zij zorgen ervoor dat het leven van de communiteit en de werkzaamheden goed georganiseerd worden en ieder de haar opgelegde taak zo goed mogelijk volbrengt.

Het gemeenschapsleven speelt zich in onze Congregatie tot ± 1970 grotendeels naar binnen af. Scholen en internaten staan meestal op hetzelfde terrein als het klooster en men kan vaak binnendoor of ondertunneld naar de overkant van de straat van het ene gebouw in het andere komen. De belangrijkste aspecten van het gemeenschapsleven in die jaren zijn: het getijdengebed, de maaltijden, de recreaties, de instructies van de overste, feest vieren.

Het 2e Vaticaans Concilie en het daarop aansluitende algemene vernieuwingskapittel brengt een totale omwenteling teweeg in de leefwereld van de zusters en de communiteiten.

De onderlinge communicatie moet geleerd en op gang gebracht worden evenals het vormen en uitspreken van je eigen mening, omgaan met verschil van inzicht en karakter.
Dit proces kost veel strijd maar betekent tegelijkertijd een enorme verrijking in het samenleven van zusters onder elkaar. Het wordt een diepgaand proces van herbronning
vanuit de vraag: wie zijn wij als Franciscanessen van Mariadal? Welke zijn de bronnen waaruit wij leven? Hoe kan ik of hoe kunnen wij ons leven hierop inrichten?

 

Er ontstaan diverse samenlevingsvormen: traditionele communiteiten, kleine experimenteergroepen zonder overste, uitwonende zusters. Het leven wordt grotendeels bepaald door de leden van zo’n groep zelf en niet meer strak centraal van bovenaf. De algemene kapittels bepalen het beleid dat door opvolgende besturen geconcretiseerd moet worden.

Een andere belangrijke ontwikkeling die het gemeenschapsleven sterk beïnvloedt is het feit dat in diezelfde zeventiger jaren nog nauwelijks nieuwe roepingen te verwelkomen zijn. De eerste tekenen van vergrijzing van de communiteiten worden zichtbaar en door pensionering van zusters verandert het leefpatroon ook sterk. Zusters blijven lange tijd  vrijwilligerswerk doen maar blijven steeds vaker in de thuissituatie.

   

In onze Congregatie en in de plaatselijke gemeenschappen staat de franciscaanse gastvrijheid hoog in het vaandel. Bij het ouder worden zien we een omgekeerde beweging ontstaan: de kloosterdeuren worden met regelmaat opengesteld om mensen te ontvangen. Wij beleven deze gastvrije houding nog steeds als een waardevolle bijdrage aan onze samenleving.

Het gemeenschapsleven is een actueel fundament in ons leven. Elkaar dragen en dienen is daarin een belangrijke franciscaanse trek.