Zusters Franciscanessen Penitenten Recollectinen van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria te Roosendaal
     

 

Ons leven nu

 

Na het verlaten van het Moederhuis Mariadal, dat is overgedragen aan de Provincie Noord-Brabant, en de nieuwbouw en renovatie van Woonzorgcentrum Sint Elisabeth begint voor ons een nieuw leven.

In dit complex bevinden zich zowel intra- als extramurale bouwdelen. Door inkrimping van het aantal zusters worden vanaf 2000 leegkomende appartementen voor verhuur beschikbaar gesteld aan senioren, niet-religieuzen. Religieuzen en niet-religieuzen wonen naast elkaar, een betekenisvolle vorm van integratie.

Hiermee geven wij gestalte aan de opdracht van onze stichteres Mère Maria Joseph Raaymakers:
dat “eenieder toezie hoe zij het werk voortzette.”

   

De namen van de bouwdelen in Woonzorgcentrum Sint Elisabeth zijn:
Franciscusstede (extramuraal), Mariastede (extramuraal bestuurscentrum Congregatie)
Clarastede (extramuraal), De Strijpe (intramuraal zorgafdeling), De Laantjes (intramuraal psychogeriatrische en somatische afdeling). Hiernaast herbergt het complex de Elisabethkapel, de Mariakapel, stilteruimte in De Strijpe en algemene ruimtes.

   

Het aantal leden van de Congregatie is in de loop van de jaren steeds minder geworden. Momenteel (1 januari 2016) wonen in Nederland 57 zusters.
        
In de bloeitijd telt de Congregatie 2.650 leden. In de Mariastede hangen drie prachtige met de hand geschreven schilderijen waarop al onze overleden medezusters vernoemd worden. Op deze manier blijven zij en wij met elkaar verbonden. De Congregatie is gesticht in 1832 en de eerste zuster is op 6 juli 1833 overleden.

Wij beleven ons leven nu voornamelijk binnen de verschillende bouwdelen van
Woonzorgcentrum Sint Elisabeth. Op het kapittel van 2006 is al aandacht gevraagd voor onderstaande tekst, over de komende veranderingen van onze leefstijl:

 
  “In de komende jaren gaan veel zusters verhuizen tijdens en na
de verbouwing van St. Elisabeth. Daarbij verandert voor velen
de leefstijl van communitair in meer zelfstandig wonen. Daarom
doet het kapittel op ieder van ons een beroep, veel aandacht
te schenken aan elkaar om het welbevinden van ieder van ons te
waarborgen.”