Zusters Franciscanessen Penitenten Recollectinen van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria te Roosendaal
     
   

Het Zonnelied

  Allerhoogste, almachtige, goede Heer,
van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegening.
U alleen, Allerhoogste, komen zij toe
en geen mens is waardig U te noemen.

Geloofd zijt Gij, mijn Heer, met al uw schepselen,
vooral heer broeder zon, die de dag is,
en door wie Gij ons verlicht.
En hij is mooi en stralend met grote luister.
Van U, Allerhoogste, draagt hij het zinnebeeld.

Geloofd zijt Gij, mijn Heer,
door zuster maan en de sterren.
Aan de hemel hebt Gij ze gemaakt,
schitterend, kostbaar en mooi.

Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door broeder wind
en door de lucht
en door bewolkt en helder en ieder weer,
waardoor Gij uw schepselen in leven houdt.

Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door zuster water,
die heel nuttig is en nederig en kostbaar en kuis.

Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door broeder vuur,
door wie Gij voor ons de nacht verlicht.
En hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.

Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door zuster aarde,
onze moeder die ons in leven houdt en leidt
en aller lei gewassen met kleurige bloemen
en kruiden voortbrengt.

Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door hen
die vergiffenis schenken door uw liefde
en ziekte en verdrukking dragen.
Gelukkig zij die dat zullen dragen in vrede,
want door U, Allerhoogste, zullen zij worden gekroond.

Geloofd zijt Gij, mijn Heer,
door onze zuster de lichamelijke dood,
waaraan geen levend mens ontsnappen kan.
Wee hen die sterven in doodzonde.
Gelukkig wie zij aantreft in uw allerheiligste wil,
want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.

Loof en zegen mijn Heer
en dank en dien Hem met grote nederigheid.