Zusters Franciscanessen Penitenten Recollectinen van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria te Roosendaal
     

Zuster Marie Joseph

 

Zuster Marie Joseph

  Zuster Marie Joseph ( Maria Raaymakers ) als eerste novice toegetreden op 23 januari 1800 en nicht van de hiervoor genoemde Pater Linus, wordt met enkele medezusters naar Etten gezonden om daar een nieuw zelfstandig klooster te stichten, los van de gemeenschap van Dongen. In die tijd kent men alleen op zichzelf staande gemeenschappen.
Twaalf jaar later vraagt kapelaan Hellemons uit Roosendaal aan Mère Marie Joseph dringend om zusters voor de opvoeding en vorming van de meisjes. Hij maakt zich zorgen over hen in de garnizoensstad aan de grens met veel soldaten! Ze stemt toe en vertrekt op 1 september 1832 met vijf zusters naar Roosendaal. Hoewel Mère Marie Joseph altijd verlangd heeft om een Moederhuis te stichten met succursaal huizen – kloosters verbonden met het Moederhuis – wordt ook Roosendaal, tot haar verdriet, om verschillende redenen weer een zelfstandige nieuwe stichting. In 1838 komt weer een stichting in Oudenbosch, maar ook dit klooster verzelfstandigt zich. Pas in 1840 blijft de nieuwe stichting in Rotterdam verbonden met het Moederhuis. Daarna volgen er nog vele in Nederland en overzee.